![]()
|
||
|
. .
.
|
Een van m’n afstudeerprojecten die zich toespitst op de professionele condities die Koolhaas noemt "the system of action necessary to cause a reaction", is een opdracht die OMA net af had: Het nieuwe Educatorium voor de RijksUniversiteit Utrecht. Middels publicaties in het U-blad, de universiteitskrant, was ik er achter gekomen dat zich bij deze opdracht de professionele veldslag in alle hevigheid had voltrokken. Koolhaas had voortdurend in de clinch gelegen met het bouwmanagementbureau PRC en was na een veel te duur schetsontwerp gedwongen een volledig nieuw plan te ontwikkelen op basis van een gewijzigd programma van eisen. "Kill your idol" was mijn plan. Anderzijds wilde ik in het project proberen om de tactiele collages van Kurt Schwitters te materialiseren in een groot gebouw. Die wens had ik al langer, maar telkens was de omvang van de projecten te klein om daadwerkelijk met veel materialen in een gebouw te collageren, waarbij het eerder opgebrachte materiaal als een raamwerk voor de daarop volgende materiaalkeuze zou dienen.
Kort samengevat gaat het originele Programma Van Eisen uit van twee grote collegezalen, een voor 400 en een voor 500 mensen. een permanente tentamenzaal van 2000 vierkante meter, die op te delen is in kleinere eenheden en een kantine van ongeveer 1500 vierkante meter waar ook s'avonds gegeten kan worden. daarnaast is er behoefte aan 13 werkcollegezalen en nog een tweetal kleine hoorzalen. Aangevuld met een aantal studieruimtes en winkels is het Educatorium een gebouw wordt waar alle ruimtes zijn verzameld die niet middels reorganisatie in andere Universiteitsgebouwen konden worden ondergebracht en het nieuwe Educatorium slechts onderdeel is van een reorganisatie van beschikbare vloeroppervlaktes.
Uitspraken met betrekking tot ruimtelijke kwaliteit of het functioneren van de gebruiker erin, alsook clichématige wensen van de opdrachtgever ontbraken.Van de net te kleine beschikbare locatie is het aantal vierkante meters door PRC opgemeten met slechts een kleine vrije zone tot de overige gebouwen en vervolgens is de totale Bruto Oppervlakte van het toekomstige Educatorium, zo'n 11000 m2, gedeeld door deze oppervlakte, wat resulteert in de aanname dat het gebouw uit drie verdiepingen bestaat. Dit is natuurlijk economischer dan 4 verdiepingen, wat een gebouw van betere proporties ten opzichte van de omringende bebouwing op zou leveren. Met elke verdieping neemt namelijk ook de hoeveelheid ruimte die nodig is voor de verticale circulatie toe en ruimte is geld. Vervolgens heeft PRC uitgezocht welke ruimtes wat vloeroppervlakte betreft bij elkaar op zo'n verdieping zouden passen en aldus was het Educatorium af. Het zag er alleen nog niet uit.
Het proces kwam in een stroomversnelling nadat ik een Chinese puzzle gekocht had bij de Intertoys. Op de gebruiksaanwijzing van deze puzzle stond zowaar de hand van Le Corbusier, dus dat zat wel goed. Het Educatorium is grotendeels gebaseerd op deze puzzle. Het gebouw is te vergelijken met een paviljoen gebouw, een lange gang met daaraan zelfstandige gebouwdelen met een eigen circulatiesysteem, echter de verschillende paviljoens zijn om de gang heen gevouwen en vormen op deze manier toch een massief gebouw. Er was op de bouwplaats immers geen ruimte voor een uiteengelegd gebouw. Een voordeel van deze gebouworganisatie is dat men binnen een massief gebouw bepaalde (puzzel)delen totaal kan verbouwen zonder daarbij de circulatiestructuur van het gebouw als geheel te veranderen. Het is dus een flexibel gebouw, flexibeler wellicht dan het corbusiaanse "plan libre". Daarbij biedt het gebouw de ruimtelijke kwaliteiten van Loos' "Raumplan" doordat uiteindelijk de puzzeldelen zijn gereduceerd tot looplijnen en de wanden van de puzzeldelen transparant zijn geworden, analoog aan een van de perspex schetsmodellen . Natuurlijk is de tekening van alle looplijnen precies dezelfde tekening als die van Koolhaas' Bibliotheque de Jussieu, hij is dan ook gesampled en ondergebracht in mijn bouwkundige collage. Toch vind ik het erg belangrijk dat de tekening "precies" hetzelfde is, copiëren is eerlijk, imiteren niet.
In het Educatorium zijn alle delen, alle doorzichten en alle materialen en alle samples van Koolhaas' werk even belangrijke onderdelen van de collage geworden geworden zodat ik met gepaste trots het ontwerp durf te vergelijken met een MERZbild van Kurt Schwitters, waarin alle onderdelen nog als onderdelen te herkennen zijn, maar tevens een onlosmakelijk deel (van de compositie) vormen van het werk waar ze zijn ingeMERZed.
Schwitters vond dat de "Eigengift" van de materialen die in de MERZbilder werden gebruikt verloren moest gaan in de "Entformung", de metamorfose van het materiaal, de "scratch"
In het Educatorium wordt elke wand aan 2 zijden bekleedt met een materiaal, waarbij het niet uitmaakt wat er zich tussen de 2 materialen bevindt, het gebouw is dus oneerlijk in de architectonische traditie. Zo ontstaat de optimale conditie voor een gebouw dat qua sfeer (materialen, kleuren, etc.) volledig beheerst kan worden en tegelijkertijd zal kunnen voldoen aan een van de nieuwste ontwikkelingen in het bouwproces, het prestatiebestek. Zo kan datgene wat Koolhaas beschrijft als Bigness, dat gebouwen niet meer als 1 geheel door de visionaire architect beheerst kunnen worden, worden geaccepteerd maar ook worden gestuurd. Ook het prestatiebestek, door velen gezien als de doodsteek voor de Architectuur, is 1 van de "pure facts" die deel uit kunnen maken van "the system of action necessary to cause a reaction", mits men het inpast binnen het rollenspel dat men speelt met de architectuur. Zonder dat men zich persoonlijk in de bittere strijd van goed of slecht hoeft te mengen kan men dan zelf de situatie creëren waar goed of slecht, gelijk of ongelijk er niet meer toe doen maar slechts in dienst staan van de architectuur. |
| previous | next |