download a VRML-model now Bij de Judo-sporthal die ik samen met Marc Maurer heb ontworpen is geprobeerd de harde uitspraken die in de opdracht geformuleerd worden op hun potentie te testen, en datgene wat latent aanwezig is in zo’n uitspraak naar de oppervlakte te halen door het in relatie te brengen met een andere uitspraak met ongetwijfeld net zoveel potentieel vermogen. Door banale regels zo strikt mogelijk te hanteren wordt er uiteindelijk een nieuw reglement geformuleerd.De opmerking van de opdrachtgevers dat men bij binnenkomst met de neus op de mat geduwd moet worden is door ons vertaald in een ingang over een lange hellingbaan langs de judomat, die zich op het moment van daadwerkelijke binnenkomst in het gebouw op 1,70 M onder het niveau van de mat bevindt. Vanaf de straat is van het hele gebouw slechts weinig te zien, niet meer dan een deur in de heg die het perceel van de straat scheidt. Dit moet ongetwijfeld een surrealistische indruk wekken. Wanneer men de deur in de heg opent staat men in een 14 M lange gang waarin zich de zojuist genoemde hellingbaan bevindt. Aan de rechterzijwand van deze gang kan men al zien of de hal in gebruik is of niet. De wand waarmee de 14M brede judohal zelf van het publieke gedeelte als de tribunes en de kantine wordt gescheiden kan namelijk in zijn geheel de 14M lange gang in worden geschoven. Komt men binnen in de gang en men ziet dat de rechterwand gesloten is dan is de judohal in gebruik. Is de rechterwand open, d.w.z. men ziet rechts een 14 M lange glaswand dan is de hal waarschijnlijk leeg of er is voor publiek geen gelegenheid tot toeschouwen.

Van buiten af gezien is het hele ritueel met de gang en de wand precies andersom. Ziet men een dichte wand, dan kijkt men door het glas naar de houten linkerwand van de gang en is de zaal open, ziet men echter helemaal niks, d.w.z. het gras loopt gewoon door, dan kijkt men tegen de spiegelende zijde van de schuifwand (die wanneer ze niet naar buiten is geschoven gebruikt kan worden bij bijvoorbeeld aerobics) en kan men concluderen dat de zaal open is. Dit ritueel (bijna) met de schuifwand is een ietwat vergezochte versie van een "meegaand" gebouw maar het werkt wel gaaf.
Bij de eerste Judoles wordt uitgelegd dat een goede judoka meegaand is, met zijn tegenstander meebeweegt om hem vervolgens met zijn eigen bewegingskracht ten val te brengen en wij hadden dan ook die situatie voor ogen dat er iemand door de gang loopt en de wand met hem mee beweegt. Bovenop de tribune liggen twee kleedkamers die gepuntspiegeld zijn, 2 teams of geslachten met gelijke rechten. Binnen deze kleedkamers vindt er een transformatie plaats van gewoon mens tot stoere Judoka, en daarom dient men het gebouw te verlaten en opnieuw te betreden, maar nu als iemand anders. Hiertoe dienen twee door elkaar gedraaide trappehuizen die de kleedkamers met de hal verbinden, 1 voor elk team. Deze trappenhuizen zijn bekleed met naar binnen gerichte one-way mirrors zodat de judoka zichzelf goed kan bewonderen. Op de begane grond komen de twee trappehuizen weer bij elkaar en ziet de judoka niet zijn spiegelbeeld maar zijn tegenstander.
Zonder het te weten hebben beide Judoka’s of teams reeds een (schijn)gevecht geleverd. Nu kan men de judomat op, die van boven door het noord-zuid georiënteerde (precies zoals het hoort !) shed-dak een soort goddelijk licht krijgt en op deze manier het heiligdom dat de mat voor de judoka is benadrukt. 1 Troost voor diegene die tijdens het gevecht als eerste neergaat: hij kan door een mooi strokenraam op vloerhoogte genieten van het grasveld dat buiten ligt.

previous next