|
|
|
|
Aan de meervoudige opdracht werd deelgenomen door: - Coenen & Co Architecten - Hubert Jan Henket - Dirrix van Wylick Architecten - Architectenbureau Wouda BV, Erik Knippers i.s.m FRANTZEN et al architecten Design Team: |
T-Hoog (1), het voormalige scheikunde laboratorium van de Technische Universiteit Eindhoven, is een van de eerste gebouwen die op de campus zijn gebouwd. Het gebouw uit de jaren 60 vormt samen met het hoofdgebouw en E-hoog een drieluik dat architectonisch uitdrukking geeft aan de "glasvliesgevel", een toemalige noviteit. Nu de gevel totaal is versleten en de faculteit scheikunde is ondergebracht in een nieuwbouw, wordt de herhuisvesting van de faculteit Bouwkunde in T-Hoog aangegrepen om het gebouw opnieuw te voorzien van een gevel die uitdrukking geeft aan de hedendaagse stand van de techniek. De inzet van ons project was in eerste instantie het vervolmaken van de stedebouwkundige inpassing van het gebouw. In tegenstelling tot het Hoofdgebouw en E-Hoog lijkt het T-hoog nogal lomp, door zijn moeilijke proporties van 30 x 40 m en de verdiepingshoogte van 5.4 m, behalve op de begane grond (3.5 m). Om het gebouw in de toekomst slanker te laten ogen is het overvloedige programma in een 1e jaars paviljoen van 3 lagen op het dak geplaatst (3). Het bestaande gebouw is vervolgens als een zeef gedacht waar via diverse perforaties in de vloeren de studenten langs verschillende fasen in hun studie en verschillende differentiaties in het onderwijsaanbod naar de eerste verdieping afdalen, hun afstudeervoordracht houden en geslaagd naar de begane grond afdalen via een majestueuze trap, die ook als auditorium gebruikt kan worden. | ![]()
schema plattegrond |
Onder de begane grond is de bestaande kelder van 2 lagen, die breder is dan de bovengrondse bouw, uitgehold (2). Hierdoor komt het gebouw in een kuil van 2 verdiepingen te staan, zodat er in visueel opzicht in totaal 5 verdiepingen aan het gebouw zijn toegevoegd. In deze kelder is de studenten werkplaats gedacht met daarin hangend de fietsenkelder, zodat direct bij aankomst het zicht wordt geboden op de meest sociale werkruimte van de faculteit.
Het te ontwerpen programma in de hoogbouw, dat voornamelijk uit kantoren en ateliers bestaat, gaf de aanleiding om het gebouw te laten krimpen tot een nutttig gebouw van 24 X 40 m. De buitenste 3 meter werden prijsgegeven aan de vereiste klimaatgevel, die normaliter naar buiten toe zou uitdijen. Vanwege de wens om het gebouw slanker te laten worden was het echter logisch om het gebouw te laten "indijen" Hierdoor ontstond een nieuw klimatologisch concept, een voor 50 % te openen 2e huid gevel in combinatie met een begaanbare "bufferzone" van 3 m breed (4). Het voordeel van een klimaatgevel wordt hierbij gecombineerd met het comfort van te openen ramen. De spouw van de klimaatgevel wordt in dit principe zo breed, dat deze gebruikt kan worden opgeladen met functies, die niet een stabiel klimaat vereisen, zoals technische leidingruimtes, maar ook terrassen, laboratoria en tentoonstellingsruimtes.
De vediepingshoogte van het betonskelet van 5.4 meter hoog liet het toe om hierin een inhangvloer te bedenken, ware het niet dat bij een minimale vrije verdiepingshoogte van 2.4 m elke vloer maximaal 0.3 m dik kon zijn, en een verlaagd plafond met daarachter alle klimatologische en technische voorzieningen onmogelijk. Hiertoe is een inhangvloerprincipe van betonnen U-profielen bedacht, waarin alle tecnhische voorzieningen als armaturen en stralings- en koelplafonds meteen de esthetische plafondafwerking zijn (5). Alle overige techniek wordt vanaf de "bufferzone" via de gevel toe- en afgevoerd via een soort "knalpijpen" (6). |
![]() detail vliesgevel |
Hierdoor blijft de middenzone in principe vrij van techniek, zodat het mogelijk werd om middels een netwerk van loopbruggen (7) de inhang-kantoren te ontsluiten. (dit was nodig omdat de betonportalen alleen in de middelste 6 meter van het gebouw voldoende vrije hoogte overlaten om op de verdieping te kunnen lopen. Een galerij langs de inhang-kantoren was hierdoor niet mogelijk, zie opengewerkte isometrie (1). Door de betonvloeren heen zijn de loopbruggen met elkaar verbonden middels brandscheidende glazen vitrines (8), waarin studentenprojecten tentoongesteld kunnen worden. Hierdoor ontstaat er in de hele doorsnede van het gebouw een informele looproute die de gebruiker ervan langs alle belangrijke onderdelen van de faculteit voert. Waar deze vitrines de bestaande betonvloer raken is de "bufferzone" naar binnen geplooid en ontstaan er een soort patiotuinen die het middengebied koppelen aan de buitengevel (9). De gevel zelf is ontworpen als een soort vlechtwerk dat op grote afstand plasticiteit toont doordat de scheefstaande ramen in 2 richtingen verschillend spiegelen en van dichtbij juist plastischer worden onder invloed van de schaduwwerking. De gescreende ramen die op het zuiden gericht zijn kunnen worden geopend, en leveren afhankelijk van hun scheefstand een belangrijke bijdrage aan de zonwerende kwaliteit van de gevel. In totaal kan het gevelvlies op deze manier voor 50 % worden geopend, hetgeen bouwfysich gelijk staat aan een volledig geopende gevel, zonder dat dit ten koste gaat van de water- en windwerende kwaliteiten ervan. De meervoudige opdracht is gewonnen door Dirrix van Wylick Architecten, Eindhoven |
| previous | next |