The true architect is a man who in no way needs to know how to draw; That is, he does not need to express his inner state trough pencil strokes. What he calls drawing is no more than the attempt to make himself understood by the craftsman carrying out the work.

Adolf Loos

Stellingname Autonome Architectuur

In het door De Overslag bepaalde concept "Autonome Architectuur" wordt gesteld dat de Architectuur in tegenstelling tot de Beeldende Kunst altijd gebonden is aan de toepasbaarheid ervan. Beperkende factoren als materiaalgebruik, kosten, menselijke verhoudingen en de natuurwetten gelden specifiek voor de architectonische praktijk. Ik ben daarentegen van mening dat deze factoren evenzeer gelden voor de Beeldende Kunst en dat er een ander, veel belangrijker verschil is op te merken tussen de zogenaamde toegepaste kunsten en de Autonoom geachte Beeldende Kunst.

"translation"

De architectonische tekening is, zoals Loos reeds eerder heeft opgemerkt, een abstracte technische manier van communicatie volgens een afgesproken idioom van tekens en symbolen, en de functie hiervan is slechts gelegen in het feit dat de architect de ruimtes die hij wenst te creëren niet zelf vervaardigt. Vanwege de in de bouwpraktijk gebruikelijke scheiding van productie is de architect, net zoals de vormgever of componist, in tegenstelling tot de kunstenaar tweetalig. Hij dient zijn ideeën over een architectonisch object middels de tekening te vertalen in een representatie van het idee zelf, terwijl voor de bouwvakker dezelfde tekening een representatie vormt van het te bouwen object waarbij het idee geen enkele rol speelt. Wanneer je een analogie veronderstelt tussen Beeldende Kunst en Bouwkunst, in de vorm van Autonome Architectuur, betekent dit strikt genomen dat er van een dubbele vertaling geen sprake mag zijn.

Door ofwel de tekening, ofwel het object zelf te verwijderen uit het wordingsproces van Architectuur zou de fysieke neerslag van een architectonisch idee begrepen kunnen worden als architectuur die naar niets anders dan zichzelf verwijst; Autonome Architectuur. Hierop zijn dan dezelfde eerder genoemde beperkende factoren van toepassing als op de Beeldende Kunst. Wanneer het architectonisch object achterwege blijft heeft Autonome Architectuur zelfs al een in de architectenwereld ingeburgerde naam: Papieren Architectuur. Ook de Architectuur die slechts zijn bestaansrecht heeft binnen een virtuele digitale omgeving zou men hieronder kunnen scharen.
Voorbeelden van architectuur waaraan geen vorm van representatie te pas is gekomen zijn veel moeilijker te geven. In veel gevallen gaat het dan om architectuur die rechtstreeks vanuit een functionele behoefte is vervaardigd en ontbreekt een architectonisch idee, zodat ook hierbij de kwalificatie Autonoom misplaatst lijkt.

Wanneer men binnen het project Autonome Architectuur juist wil toewerken naar het ervaren van architectuur op een onconventionele manier, zoals in het aan de deelnemende architecten en beeldend kunstenaars uitgereikte concept is verwoord, lijkt het mij zinnig om op een alternatieve wijze tegen de architectonische tekening aan te kijken en te onderzoeken of er een derde manier is om Architectuur als Autonoom Object te begrijpen.

"the loop"

In mijn project 1/20/1 heb ik onderzocht of de het trappenhuis in presentatieruimte De Overslag Autonome kwaliteiten bezit door de wederzijdse afhankelijkheid tussen technische tekening & trap op te heffen, door de de eerste in werkelijke afmetingen aan te brengen op de laatste. De technische tekening wordt hierbij retroactief onschadelijk gemaakt en kan, ontdaan van haar stelsel van conventies, slechts begrepen worden als een fotografische weergave van het architectonische object. Fotografie op zijn beurt, transformeert architectuur tot beeld en ontdoet het gefotografeerde door zijn eindige kadrering van context en berooft het het object van plaats, functie en zijn kwaliteiten als ding. De dialektiek tussen de trap, het beeld van de trap en tekening wordt nu zodanig heftig dat zij met elkaar versmelten en rechtstreeks als één autonoom object uiting geven aan het concept van de architect.
Anders gezegd: Door een onderdeel van de tentoonstellingsruimte zelf in overeenstemming te brengen met de representatie die aan de creatie voorafging (de technische tekening schaal 1/20) wordt de afhankelijkheid van de een aan de ander opgeheven en verwijzen het idee, de technische tekening en het object zelf als in een vicieuze cirkel naar elkaars fysieke gedaante zonder acht te slaan op invloeden van buitenaf en wordt de architectuur autonoom.
De trap wordt op een onconventionele manier ervaren, maar blijft beloopbaar en slechts een fractie duurder.

Tom Frantzen, Utrecht, 10 februari 1998

previous next